Ik ben professional en maak me zorgen. Dit kan ik doen.

Je maakt je zorgen over de thuissituatie van iemand waar je beroepsmatig mee te maken hebt, waar (mogelijk) sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Vaak gaat het om problemen die al langer bestaan en die ze niet zonder hulp van anderen kunnen oplossen. Het kan ook gaan om vermoedens: je denkt dat mensen of kinderen niet veilig zijn, maar je weet het niet zeker. Misschien vind je het lastig om te bedenken wat je kunt doen. Bij Veilig Thuis kun je terecht voor advies of voor het doen van een melding.

Huiselijk geweld en kindermishandeling komen vaak voor, op alle leeftijden en in alle culturen. Als je je zorgen maakt om de veiligheid van een kind, een volwassene of een oudere in jouw omgeving is het belangrijk dat er hulp komt, want het geweld stopt niet vanzelf.

Als professional heb je de verantwoordelijkheid om te zorgen dat hulp op gang komt. Daarbij gebruik je de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.

Huiselijk geweld en kindermishandeling komen vaak voor, op alle leeftijden en in alle culturen. Er zijn veel verschillende vormen, op deze website vind je meer achtergrondinformatie over soorten en uitingen van geweld.

 

Dit kun je doen

1. Breng signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling in kaart

Breng de signalen in kaart die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten en leg deze vast. Beschrijf de signalen zo feitelijk mogelijk.

Je kunt hierbij gebruik maken van bijvoorbeeld de signalenkaart van Kadera op signalenkaart.nl.

Doe de kind-check: vraag bij volwassen cliënten altijd na of er minderjarige kinderen aan hun zorg zijn toevertrouwd en ga na of deze kinderen veilig zijn.

2. Overleg met collega's en zo nodig ook met Veilig Thuis

Bespreek met een deskundige collega of met Veilig Thuis je zorgen en vermoedens, bevindingen en eventueel waargenomen letsel. Denk je dat er sprake kan zijn van eer gerelateerd geweld, huwelijksdwang, seksueel geweld of meisjesbesnijdenis? Neem dan altijd contact op met Veilig Thuis!

3. Praat met de cliënt, het kind of de ouders

Bespreek de signalen met je cliënt, het kind of de ouders. Het lijkt moeilijk om zorgen met iemand te bespreken, maar vaak zijn mensen opgelucht als ze over hun zorgen kunnen en mogen praten. Iedereen verdient het dat we open met elkaar in gesprek gaan, zonder te oordelen.

Alleen als jouw veiligheid of die van het kind of cliënt in gevaar kan komen door een gesprek, kan je hiervan afzien.

4. Weeg de aard, ernst en risico

Weeg de aard, ernst en het risico op kindermishandeling en huiselijk geweld. Dit doe je op basis van de signalen, het advies en het gesprek met je cliënt of patiënt. Gebruik hierbij het afwegingskader van je beroepsgroep. Vraag bij twijfel advies aan Veilig Thuis.

5. Beslis: Is melden nodig? Is hulpverlening nodig?

Heb je de indruk dat de situatie acuut of structureel onveilig is? Dan doe je een melding bij Veilig Thuis en beslis je samen welke hulp je kunt organiseren.
Ook als iemand je zelf vertelt dat hij of zij te maken heeft met huiselijk geweld of kindermishandeling, doe je altijd melding bij Veilig Thuis.
Bespreek je melding eerst met je cliënt (vanaf 12 jaar) of met de ouder (als je cliënt nog geen 16 jaar oud is).

Cliënt heeft bezwaar?

Heeft je cliënt bezwaar tegen de melding? Weeg de bezwaren af tegen de noodzaak om de veiligheid van je cliënt en diens gezinsleden te borgen. Meld dan je zorgen bij Veilig Thuis en overleg wat je na de melding zelf nog kunt doen om je cliënt en zijn gezinsleden te blijven ondersteunen.

Melden

Melden kan via deze link. Meer informatie over onze werkwijze na een melding vind je bij Wat doet Veilig Thuis.